De rukkr vetrouwde me niet. Dat wist ik uit wat er gebeurd was. We zaten heads up op de river en hij was eerst. Uiteindelijk checkte hij. Ik bette. Met z'n rechterhand hield hij zijn kaarten bij het uiterste hoekje vast, zijn gedachten neigend naar een muck, terwijl zijn linkerhand vier rooie chips de pot in draaiden, gevolgd door nog eens vier. "Ik vertrouw je niet," zei hij. Ik toonde mijn hand and hij liet de zijne vallen.
Even later had ik de button. Iedereen foldde naar de RuKKR (Rumoerige Kerel die Krachtig Raist). Met z'n rechterhand raisde hij, met een klap en een neusophaal. Zijn linkerelleboog stootte tegen mijn rechter toen hij naar me toedraaide met het ongeduld van een vogel. Maar ik zat in een veel trager tijdsvlak, meer dat van een slak. Ik leunde overdreven achterover en begon in mijn kaarten te kijken. De rukkr keek me aan. Ik keek terug. Ik spiekte in mijn hand --aas-koning, allebei zwart -- en keek weer snel op en hem aan. Ik reraisde terwijl onze omhelzing in stand bleef.
De small blind vouwde, de grote blinde callde twee bets en de rukkr maakte aanstalten om mijn raise te callen. Zijn linkerhand duwde zijn kaart tien centimeter richting de muck en stopte toen, alsof hij de hand beter begon te vinden, toen greep zijn rechterhand een stapel chips en klapte 'm voor me op tafel. Hij splitste de stapel tot vier van beneden alsof hij van plan was te raisen, maar hij trok terug zoals verwacht, alsof hij ons er goedkoop van af wilde laten komen.
We waren met z'n drieen: de caller, de rukkr en ik. De flop kwam met 8-4-2 met twee hartens. De caller checkte en de rukkr begon een check-gebaar. De rand van mijn hoed zat zover omlaag dat ik 'm maar tot aan zijn neusvleugels kon zien. Ik wist dat ie naar me zat te kijken, in een poging de ogendans te hervatten. Maar ik zat schildpadje te spelen.
Na verloop van tijd perste de rukkr er een check uit. Ik strekte mijn ringvinger en hield 'm een seconde omhoog. Toen tikte ik er met m'n pink op. De dealer burnde prompt en draaide de turn, harten boer. Opnieuw checkte de caller. Opnieuw checkte de rukkr. Nu bette ik. De caller callde en op dat moment geloofde ik dat mijn AK goed waren. De rukkr zat bewegingloos. Plotseling en als de tong van een pad graaide zijn rechterhand naar een stapel chips en stelde ze met een tik-tik-tik-tik vier bij vier op tafel op. Ondanks zijn check-raise zette ik de rukkr op no-pair, en daarom wildeik dat de caller dacht dat ie nergens op kon hopen en daarom maakte ik er drie bets van, net zo snel. De caller foldde en het was nu de rukkr en ik. Die werd zenuwachtig en mompelde iets over een idioot. Ik was niet helemaal zeker wie van ons hij bedoelde.
De rukkr raisde opnieuw en we zaten op vier bets op de turn met de actie terug op mijn bordje. Ik stelde me twee dingen voor. Ofwel had ie twee keer zitten deep-checken met een hand waarop ik dead zat te drawen (two pair of een set of een flush), ofwel werd zijn reraise power verklaard door 1 echt goeie kaart: harten aas. Met die kaart zou hij weten dat ik niet de nuts had. En hij zou drawen om op de river de nuts te maken, of top pair, en zelfs met een totale mis van de flop had ie altijd aas-hoog in de showdown voor een poging op deze volgepropte pot. Ja, dat was het. Hij zat hard te pushen met troefaas sec. Ik kon het voelen. Maar word ik nu geacht om er vijf bets van te maken? Met no pair en geen flush draw? Te onzeker om opnieuw te raisen of terug te trekken met een fold, callde ik, vastgezogen aan deze pot als een eendenmossel. Als de rukkr had gezegd: "Laten we nu meteen nog eens $40 zetten en dan de river laten komen om te zien wie er wint," dan zou ik daar accoord mee zijn gegaan, op momentum. Ik had mentaal al besloten nog een keer een bet in deze pot te doen. Wanneer het er op de river in zou gaan met mij als caller, prima. Met mij als better, nog beter.
De river was een blank zeven. De rukkr hield acht chips in z'n hand en strekte die met de palm omhoog uit, onderworpen. Ondertussen had ik ook $40 chips in handen, eruitziend alsof ik ogenblikkelijk klaar was om een bet te callen, of er een te doen. De hand van de rukkr ging omlaag. Zijn knokkel raakte het vilt, en mijn bluff-catching chips veranderden in value-betting chips, en erin gingen ze. De rukkr draaide een van z'n kaarten om, en geen verrassing was dat harten aas. Hij schoof de naakte aas zo dicht naar me toe dat het overhulbaar was dat ik me er niet voor kon verbergen. Hij schoof de aas naar voren en achteren als een cat die het leven uit een muis schudt. De muis stierf en de aandacht verschoof terug naar de rechterhand van de rukkr terwijl die aan een call begon. Huilende chips druppelden uit de zijkant van zijn dichtgevouwen handpalm, een en twee tegelijk, sommige een beetje rollend, andere plat op tafel ploffend. Ik toonde mijn hand. En hij was goed.
Tommy Angelo is sinds 1990 full-time profpokeraar. In 2004 ontwikkelde hij een alomvattend, een-op-een, face-to-face coachprogramma. De drie volgende jaren had hij 50 clienten. In Juni 2006 stopte hij met alles om een boek te schrijven. Zijn boek, "Elements of Poker," komt in Oktober 2007 uit. Details over Tommy's coachprogramma kunt u vinden op zijn website: www.tommyangelo.com
| Commentaar | Vertalen |












