Ik was in het gebruikelijke casino, met de gebruikelijke spelers, op de gebruikelijke half zes 's morgens, toen een ongebruikelijke man aan tafel plaatsnam. We speelden $20-40 Hold'em en we waren met z'n vieren geweest sinds de bar gesloten was. Het was niet de beste game - zelfs Isaac ging niet vaak over de schreef - maar het was nog vroeg.
De nieuwe vent ging zitten, strekte zich uit en trok een kam door z'n haar. De chip-runner stond klaar met een rekje rooien. De nieuwe vent nam de chips met twee handen aan, zette het rek vlak op tafel en begon het methodisch op de zijkant te draaien. Hij trok het rek onder de vijf stapels chips uit en gaf het terug aan de chip-runner, samen met vijf briefjes van 100 dolar en een tip van 5 dollar. "Voor jou," zei hij.
Met een algemene blik groette hij de tafel. Daarna maakte hij oogcontact met iedereen die dat wilde. Hij beef Isaac aankijken terwijl Isaac het oogcontact nooit verbrak.
"Hoe heet je?" vroeg Isaac.
"Finny," zei hij. "En jij?"
We hadden met z'n vieren aardig wat zitten kletsen, wat best gezellig was geweest. Maar toen de stoicijnse vreemdeling die Finny heette direct naast Isaac ging zitten werd het heel snel heel stil.
Isaac heet niet echt Isaac. Dat is een bijnaam die ik voor 'm verzonnen heb, als in Isaac Newton. Ik noem hem zo omdat hij elke keer als er een actie is, hij een reactie heeft. Reacties op de dealers, het personeel, de televisie en zeker op de kaarten, het betten en de spelers. En als hij eenmaal op stang gejaagd is, houdt ie niet meer op. Isaac doet dan mee met wat er ook gaande is, en als er niks gaande is, zorgt hij ervoor. Mensen zeggen altijd iets tegen hem, botte dingen: "Kun je niet gewoon je kop houden?" En "Als je dan zo goed bent, waarom ben je dan altijd blut?"
Finny won direct een pot die Isaac op toeren kreeg. Isaac raisde voor de flop met twee koningen en inny callde direct achter hem met Aas-zes. De rest vouwde. Isaac bette de flop, en Finny callde. Isaac bette de turn, en Finny cllde. De riverkaart was een aas. Isaac keek Finny aan en Finny staarde naar de muur. Niets. Blanco.
Isaac bette. Finny callde. Isaac liet z'n pocket pair zien en Finny zijn aas. Isaac mompelde, zeker luid genoeg om het voor Finny verstaanbaar te maken, "Kijk die idioot me de hele tijd callen met die rotzooi."
Finny bewoog geen molecuul. Het leek er op dat Finny ook wel het een en ander wist over de bewegingswetten van Newton, en Finny's favoriet was onbeweeglijkheid. Als je Finny's gebrek aan reactie beziet als een actie, dan moet - volgens de wet - Isaac daar een reactie op hebben. En de manier waarop Isaac reageerde op Finny's non-reactie was om harder te proberen om Finny een reactie te ontlokken. Het was een Newtoniaanse wapenwedloop tussen onbeweeglijkheid en kracht.
"Kijk 'm nou." Isaac's stem werd hoger. "Hij kan zich niet eens verdedigen."
Nog steeds niks. Isaac's over-hem-praten taktiek was niet effectief, dus probeerde hij de bijna niet negeerbare praat-tegen-hem.
"Wat ben je lekker zelfvoldaan. Blijf me maar callen. Ga je gang maar. Ik hoop dat ze de deuren op slot doen zodat ik je helemaal in de pan kan hakken."
Nog steeds niks.
Finny was iemand die heel graag een flopje zag. En Isaac was in de raise-versnelling gegaan. Het nieuwe spelpatroon was dat de meeste potten werden geraised en dat Finny en Isaac er bijna elke flop in zaten. De rest van ons begon tighter te spelen. Finny en Isaac waren een beetje behoedzaam wanneer er nog iemand anders in de pot zat, maar zo snel als ze met z'n tweeen over waren, vlogen de bets in het rond, terwijl Isaac de stille Finny voortdurend zat te honen.
Deze bewuste hand raisde Isaac voor de flop met Aas-tien en Finny flat-callde hem met Aas-boer. De rest was weg. De flop was een aas met twee kleintjes. Isaac bette, Finny raisde. Isaac reraisde en Finny maakte er vier bets van, door Isaac gecalld. De turnkaart was een tien, waarmee Isaac voor lag met two pair azen en tienen. Isaac bettede turn en Finny callde. Op de river kwam een boer, waarmee Finny met two pair azen-boeren de beste hand had. Een hoger two pair. Isaac bette en Finny verzonk in gedachten. Isaac gaf de dealer op voorhand een fooi en zei tegen Finny, "Hup, schiet op en fold, er komen nog meer handen."
Finny raisde. Isaac callde de raise schouderophalend met z'n laatste 35 dollar, all-in.
Finny liet z'n winnende hand zien, alweer, en Isaac begon z'n klaagzang, alweer.
"Geloof je dat nou? Die idioot heeft elke keer een suck out tegen me, terwijl ie zo ongeveer drawing dead is."
Isaac greep in zijn broekzak en haalde er een behoorlijke stapel flappen uit, dubbelgevouwen en met een net elastiekje er twee keer omheen.
"En waar zat je verdomme nou op te wachten op de river? Dacht je dat je me beet had door te aarzelen?"
Isaac hield de stapel bankbiljetten voor zich zoals een priester een hostie vast houdt, rolde het elastiekje weg en pelde twee honderd dollarbiljetten van de stapel.
"Chips!"
Isaac staarde Finny recht aan. Finny, voorzover ik dat had kunnen zien, had Isaac nog steeds niet aangekeken sinds hun onderkoelde hallo. De kaarten werden gedeeld en Isaac gromde, "Jij speelt zo slecht. Ik hoop maar dat je rijk bent. Blijf zitten, maatje, blijf maar zitten."
En dat deed ie. Finny bleef lang genoeg zitten om Isaac rebuy na rebuy na rebuy te zien doen. Isaac ging all-in, verloor en kocht zich weer in voor de minimum 200 dollar. Hij vouwde een paar handen, speelde dan weer een hand en verloor anderhalve stack of zoiets. Dan ging hij de volgende hand all-in, altijd. Isaac doorliep deze cyclus een keer of vijf tijdens Finny's eerste uur, en Finny won de helft van wat Isaac verloor.
Isaac was voor de zesde keer blut. Hij schreeuwde om chips. Hij schrok van de chip-runner, die al achter hem klaarstond met twee stacks chips. Isaac trok zijn nog steeds dikke stapel flappen tevoorschijn, hield hem omhoog, rolde het elastiekje er af en telde weer twee biljetten. Het eerste was er eentje van 100. De tweede een van 20. We zaten allemaal te kijken. Isaac hield z'n verbazing goed verborgen. Hij telde soepeltjes nog vier briefjes van 20 en gaf de 200 dollar aan de chiprunner. Hij wist dat we het wisten. Hij was door z'n honderdjes heen. Isaac was aan z'n twintigjes begonnen.
Isaac bleef slecht gaan. Hij ging all-in en verloor nog een paar keer. Elke keer dat hij wer inkocht voor $200 telde hij ritueel tien briefjes van 20. Zijn stapel flappen was geslonken en bijna op. Toen kwam deze hand.
Isaac had maar $80 aan chips. Hij had de kleine blinde en Finny de grote. Iedereen vouwde rond naar Isaac. Isaac raisde. Finny callde de $20. Op de flop bette Isaac, en Finny callde. Op de turn bette Isaac zijn laatste 20 dollar, all-in. Finny dacht na.
Isaac trok meteen zijn bijna lege portefeuille en zwaaide ermee rond terwijl hij hysterisch werd op Finny. "Kom op nou, zielig stuk stront. Call me! Het is maar 20 piek. Je weet dat je wat je ook nodig hebt hit op de river en me weer verslaat. Kom op!"
Finny draaide zich naar Isaac en keek hem recht in z'n ogen. Hij zei: "Okay, ik ga mee en call je $20, maar kun je me een plezier doen?"
Isaac, geschokt, kon alleen maar een stil knikje opbrengen.
Finny vroeg: "Mag ik dat elastiekje hebben als je het niet meer nodig hebt?"
| Commentaar | Vertalen |












